Column

Iedere maand komt er een wijkmaker aan het woord over actuele thematiek die volgens hen de aandacht verdient. Hoe kunnen we ons inzetten voor dit thema en waarom is dit belangrijk?

De kracht van eenvoud

Tanja Willems, Wijkwerker Beijum

We drinken thee aan de keukentafel in de Hylkemaheerd in Beijum wanneer Tanja Willems vertelt over het begin van de Torteltuin. Het was coronatijd. Ze besloot groente te gaan verbouwen. Niet groots, niet met een plan, maar gewoon omdat het logisch voelde om het zelf te gaan doen. Tanja had verwacht dat meer mensen dit idee hadden en samen met haar de tuin wilden opzetten. Dat bleek niet zo te zijn. “Niemand hielp mee,” zegt ze nuchter. “Ik stond daar gewoon alleen. Met mijn schep.”

De eenvoud van beginnen waar je staat, met wat er is, typeert haar manier van werken nog steeds. Wat startte als een persoonlijk initiatief, groeide uit tot een plek waar ze niet alleen leerde over tuinieren, maar ook over mensen, vertrouwen en hoe ideeën zich in een wijk kunnen ontwikkelen.  

Tanja woont al jaren in Beijum en is inmiddels een bekend gezicht in de wijk. Ze is bestuurslid van de bewonersorganisatie, lid van de werkgroep wijkbudget, ondersteunt bewonersinitiatieven en verbindt mensen, ideeën en mogelijkheden. Voorheen werkte ze bij OOGTV, later zat ze in de bijstand. De vaardigheden die ze in haar werk opdeed zoals kijken, luisteren en verbanden leggen komen nu goed van pas in de wijk. Lange tijd was haar werk in de wijk lastig te duiden, niet omdat haar werk ontbrak, maar omdat het zich niet eenvoudig liet vangen in een bestaande functieomschrijving.  

 

Torteltuin

De Torteltuin groeide langzaam en nieuwsgierigheid kwam in kleine stapjes. Beijum is de groenste wijk van de stad en de tuin ligt op een route richting het ommeland. Mensen stoppen, kijken, raken in gesprek. Er ontstond een vaste groep Torteltuinierders maar ook veel sporadische bezoekers. “Het is geen stichting,” benadrukt Tanja. “Geen organisatie. Het is gewoon de Torteltuin.”  

Juist dat ‘gewone’ bleek de kracht. Er staat een picknicktafel, er is altijd thee en vaak iets te eten. Dat is geen bijzaak, legt Tanja uit, maar een bewuste keuze. “Dat is waardoor mensen blijven hangen.” De tuin is het middel, de ontmoeting het doel. Mensen begonnen thuis ook te moestuinen, wisselen kennis uit, stellen vragen over groen en gebruiken het compost uit de Torteltuin. Zo verspreidt het initiatief haar wortelen ondergronds, zonder dat iemand dat zo heeft gepland.  

Tegelijkertijd leerde Tanja in deze periode hoe het achter de schermen van buurtinitiatieven werkt. Hoe je materialen regelt. Hoe je mogelijkheden vindt binnen bestaande structuren. Hoe belangrijk het is om te weten waar je moet aankloppen. Die ervaring werd waardevol en heeft zich inmiddels ontwikkeld in een basisbaan bij de gemeente.  

"Het is geen stichting. Geen organisatie. Het is gewoon de Torteltuin."

Wijkwerker

Doordat haar werk in de wijk formeel erkend is als basisbaan, heeft ze nu ook een duidelijke titel: wijkwerker. Die titel gebruikt ze vooral richting andere professionals, zodat helder is wat haar rol is. Voor haarzelf was het werk namelijk al langer duidelijk; ze deed het immers al. Ze zag kansen, verbond mensen, hielp ideeën verder en zocht ruimte binnen bestaande systemen. De functietitel maak het voor anderen begrijpelijk wat ze voor rol heeft in de wijk. Tegelijkertijd blijft haar kracht dat ze diepgeworteld is in de wijk. Ze kent de mensen en de informele netwerken. Die nabijheid kan ook spanningen opleveren. Meerdere petten dragen van bewoner, verbinder, professional, betekent voortdurend afstemmen en helder zijn over je rol. Juist om vertrouwen te behouden.

 

Goed werk in de wijk

Wanneer ik haar vraag wat volgens haar een goede wijkwerker is, antwoordt ze zonder aarzeling: “Dichtbij mensen blijven. Gewoon aanbellen. Niet te lang wachten, maar proactief zijn.” Wederkerigheid speelt daarin een belangrijke rol, maar niet als harde voorwaarde. Meedoen en oogsten horen bij elkaar, zegt ze, terwijl ze tegelijk accepteert dat bijdragen nooit gelijk verdeeld zijn. De energie gaat naar de mensen die wél willen.

In die zin is de Torteltuin exemplarisch voor goed werk in de wijk. Het begon met één betrokken bewoner met een wens, die eenvoudigweg startte en gaandeweg mensen om zich heen verzamelde. Niet omdat er een programma lag, maar omdat er ruimte was om aan te haken. Precies zo ziet Tanja ook haar huidige rol als wijkmaker: niet als trekker van andermans ideeën, maar als iemand die beweging herkent, versterkt en verbindt.

Daarbij, zegt ze, heb je ook “handlangers” nodig. Mensen die met je meedenken over hoe iets wél kan. Professionals die verbindingen leggen, materialen regelen of simpelweg het idee een stap verder willen brengen. Zo werkte ze bij de Torteltuin samen met iemand van de gemeente die zich bezighoudt met groenparticipatie. In plaats van te kijken naar wat er niet kon, dacht hij mee over wat er wél mogelijk was en bracht hij haar in contact met partijen die materialen konden leveren. “Je begint klein” zegt Tanja. “En als je deelt, krijg je ook weer terug”.   

Ze is kritisch op hoe we spreken over bewonersinitiatieven. “Een bewonersinitiatief kan alleen vanuit bewoners zelf komen,” zegt ze. “Niet vanuit de gemeente.” Bovendien hoeft het niet groots of spectaculair te zijn. Een WhatsAppgroep om samen honden uit te laten is óók een bewonersinitiatief. Maar dit wordt niet altijd zo herkent. Taal en regels maken het soms onnodig ingewikkeld, en dat werkt verlammend.

 "When the dawn of simplicity comes in life, complications leave."

 

Op haar theezakje leest ze een spreuk die bijna als samenvatting van ons gesprek voelt: When the dawn of simplicity comes in life, complications leave. Tanja glimlacht. Het vat haar werk goed samen. In de Torteltuin, en in de wijk, laat ze zien hoe de kracht van eenvoud ruimte maakt voor ontmoeting, initiatief en vertrouwen. Kleine gebaren, met grote betekenis.