Column

Iedere maand komt er een wijkmaker aan het woord over actuele thematiek die volgens hen de aandacht verdient. Hoe kunnen we ons inzetten voor dit thema en waarom is dit belangrijk?

Wel of geen bankjes?

Jeannette Nijkamp, Lector Gezonde Stad bij de Hanze Hogeschool

Ik woon in een oude stadswijk met gesloten huizenblokken. De overgangszones tussen de huizen en de straat werden tot voor kort vooral gebruikt voor het stallen van fietsen. De laatste jaren zijn echter diverse geveltuintjes aangelegd. Ook bevestigen steeds meer bewoners een bankje aan de muur van hun woning. Als zij hier niet zitten, zijn deze bankjes gewoonlijk opgeklapt en vergrendeld. Zo wordt voorkomen dat voorbijgangers hier gaan zitten en overlast veroorzaken.

Mijn buurman pakte dit enkele weken geleden anders aan en plaatste twee comfortabel ogende stoelen tegen zijn huis die continu kunnen worden gebruikt. Ik was benieuwd of anderen deze stoelen inderdaad zouden gebruiken, en zowaar: verschillende voorbijgangers, zoals een oudere mevrouw en een medewerker van de NS die net van zijn werk kwam, namen hier plaats.

Zitplekken in de openbare ruimte zoals deze dragen ertoe bij dat bewoners wat langer op deze plaats verblijven. Hierdoor wordt sociale interactie tussen bewoners bevorderd en eenzaamheid tegengegaan. Bovendien kunnen ouderen en andere minder mobiele bewoners hier onderweg uitrusten, waardoor wordt gestimuleerd dat zij in beweging blijven en hun leefwereld wordt vergroot. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft dan ook als vuistregel om elke 125 meter zitgelegenheid te creëren.

Dit is vooral ook belangrijk in wijken waar veel ouderen wonen, zoals bijvoorbeeld in de Groningse wijk Beijum. Deze zogenoemde bloemkoolwijk is in de jaren tachtig gebouwd als groene, gezinsvriendelijke woonbuurt. Inmiddels vergrijst deze wijk aanzienlijk en is er achterstallig onderhoud, verouderde infrastructuur en verschraling van voorzieningen. Veel ouderen zijn echter trots op hun wijk en willen hier graag blijven wonen. Dit gaat beter als de leefomgeving het functioneren van deze ouderen ondersteunt.

Onlangs heeft een onderzoeker van het lectoraat Gezonde Stad van de Hanze een Wijkscan uitgevoerd om de beweeg- en ontmoetingsvriendelijkheid van de wijk in kaart te brengen door middel van wijkwandelingen met ouderen. Hieruit kwam naar voren dat al deze ouderen lopend naar de nabijgelegen voorzieningen gaan of recreatieve wandelingen maken. Zij missen echter de voormalige koffiehoek in de supermarkt. Deze fungeerde als een ontmoetingsplek, maar is na de coronapandemie niet teruggekeerd. Verder worden ouderen die minder goed ter been zijn belemmerd om langere afstanden te lopen door het beperkte aantal bankjes langs de routes.

Het al dan niet plaatsen van bankjes is een veel voorkomend onderwerp van discussie. Veel bewoners erkennen het belang van bankjes, maar willen liever geen bankje in de directe nabijheid van hun huis uit angst voor overlast door bijvoorbeeld hangjongeren. Niet zelden wordt dan maar besloten om helemaal geen bankjes te plaatsen. Op andere plaatsen worden aanwezige bankjes verwijderd vanwege ervaren overlast. Gevolg is weliswaar dat overlastgevers een andere plek zoeken, maar ook minder mobiele ouderen hebben nu geen plek meer om onderweg even uit te rusten.

 

Het niet plaatsen van bankjes is dus geen ideale oplossing, maar hoe kan dit dan wel worden aangepakt? Een belangrijke oorzaak van overlast door groepen jongeren is vaak dat zij geen eigen plek hebben. Voorzien in zo’n plek kan de overlast verminderen.

"Hiertoe dient met de jongeren in gesprek te worden gegaan over hun behoeften"

 

Dit is bijvoorbeeld gedaan binnen een onderzoek in het kader van de herinrichting van het Lariksbos in Assen. Hier werd overlast van jongeren ervaren bij bankjes langs het fietspad. Om het gesprek aan te gaan zochten studenten van de Hanze deze jongeren op, samen met een buurtwerker en een bakfiets met pizza’s. Verrassende uitkomst was dat de jongeren niet zoals verwacht de voorkeur gaven aan een hangplek uit het zicht en middenin het bos, maar op een van de open velden. Vervolgens is op een potentieel geschikte locatie een verplaatsbare picknicktafel neergezet. Uit deze test bleek dat de picknicktafel werd gebruikt en dat deze niet, zoals de gemeente vooraf vreesde, werd vernield of verwijderd.

Dit voorbeeld illustreert het belang van het toetsen van vooronderstellingen omtrent behoeften en veronderstelde overlast en de meerwaarde van experimenteren. Een dergelijke benadering is ook bruikbaar bij de bankjes-discussie. Door samen met bewoners potentieel geschikte locaties in kaart te brengen en deze uit te testen met een verplaatsbaar bankje kan de meest geschikte locatie worden bepaald. Op deze manier wordt voor de verschillende locaties inzicht verkregen in daadwerkelijk gebruik en overlast.

Er is in ieder geval behoefte aan lef om andere oplossingen uit te proberen dan het niet plaatsen van bankjes. Net zoals mijn buurman deed, door gewoon twee stoelen voor zijn huis te zetten. Ik heb mijzelf inmiddels voorgenomen een andere plek te zoeken voor de fietsen die nu nog tegen ons eigen huis staan en dan ook het bankje te gaan plaatsen waar ik al jaren over nadenk. Ik ga het gewoon doen!