Nieuws

Tussen Scrollen en Samenkomen - Sociaal Atelier III

Terwijl de mussen op dinsdagmiddag 23 juni nog net niet van het dak vielen, verzamelden zich in buurtcentrum Stadspark een kleine 50 collega’s van Maatschappelijke Ontwikkeling, Stadsontwikkelingen Veiligheid van de gemeente Groningen. Centraal thema van het derde sociaal atelier was een vraagstuk dat ons allemaal raakt: hoe kunnen we bijdragen aan een prettige leefwereld voor jongeren? Vanuit verschillende perspectieven verkenden we de rol van ontmoeting, sociale media en de fysieke leefomgeving in het welzijn van jongeren. Daarmee onderzochten we hoe we vanuit de rol als gemeente beter aansluiten bij de leefwereld van jongeren, zowel online als offline.

De Leefwereld van jongeren begrijpen

Een belangrijke rode draad door het atelier was dat we vaak over jongeren praten, maar minder vaak met jongeren. Om jongeren goed te ondersteunen, is het essentieel om wat verder te kijken dan onze eerste indruk en om hun leefwereld goed te begrijpen. Die leefwereld is bovendien steeds meer hybride: online en offline lopen naadloos in elkaar over. Tegelijkertijd ervaren jongeren prestatiedruk, sociale verwachtingen en een samenleving die veel van hen vraagt. Uit de inleidende bijdragen van vijf collega’s werd duidelijk dat mentale gezondheid niet los te zien is van die context. Jongeren hebben behoefte aan ruimte om te experimenteren, elkaar te ontmoeten, zich te ontspannen en gewoon zichzelf te kunnen zijn en niet te vergeten: om onder elkaar te zijn. Niet alleen zorg of ondersteuning is van belang, maar juist ook de alledaagse omgeving en omstandigheden waarin zij opgroeien.

Sociale media maken daar onmiskenbaar onderdeel van uit. Ze brengen risico’s met zich mee, maar bieden ook kansen om jongeren te bereiken, met hen in contact te komen en hun leefwereld beter te begrijpen, illustreerden David Leenstra (Digitale Veiligheid) en Arne Hofstee (Wij Jongerenwerk). Dat vraagt om digitale geletterdheid en een benadering die jongeren niet los ziet van hun online bestaan, maar dat juist actief meeneemt. De campagne ‘Een K*tdag mag’, zoals geschetst door Ciska Hiemstra (Publieke Gezondheid) voert daarom naast een fysiek programma ook een uitgebreide mediacampagne.

Maar de fysieke leefomgeving is daarom niet minder belangrijk. Marie-Louise Lantzendörffer (Veiligheid) pleitte ervoor om het perspectief van pubermeiden als uitgangspunt te nemen voor het ontwerp van de openbare ruimte. Veilige, toegankelijke en aantrekkelijke plekken kunnen ontmoeting stimuleren en bijdragen aan een gevoel van eigenaarschap en verbondenheid. Tamara Ekamper (Stadsontwikkeling) liet met een Deens voorbeeld zien dat jongeren daarom niet alleen gebruiker zijn van die plekken, maar ook mede-ontwerper zouden moeten zijn. 

Van zorgen naar creatieve benaderingswijzen

In het tweede deel van de middag was het weer tijd voor het goede gesprek. In groepen werden eerst de zorgen rondom jongeren, mentale druk en ontmoeting geïnventariseerd. Een van deze zorgen werd vervolgens, vanuit een positieve benaderingswijze en aansluitend bij de leefwereld van jongeren, omgebogen tot een kans. 

De geopperde zorgen in de groepen konden op veel onderlinge herkenning rekenen, desondanks waren de ombuigingen creatief en divers. Want waarom wel een kinder-, een nacht-, en een gewone burgemeester, maar geen jeugdburgemeester? Deze zou als zichtbaar rolmodel jongeren een stem kunnen geven en hun positie in de stad kunnen versterken. Ook het idee van de ‘lok-jongere’ kwam naar boven: een online actieve jongere die andere jongeren meeneemt naar ontmoetingsplekken en zo op een laagdrempelige manier (offline) verbinding stimuleert.

En de ‘push-ouder’ kan dan andere ouders bekend maken met de mogelijkheden en kansen voor jongeren of de eigen kinderen een zetje geven.

Slim inzetten op sociale media werd nog vaker geopperd, bijvoorbeeld door samen met jongeren content te gaan maken. Ook heeft het potentie om online jongerenwerk vast onderdeel van de aanpak te maken. Jongerenwerkers zijn dan ook actief aanwezig op platforms als Snapchat en Instagram (en misschien toch Tiktok?). Niet alleen om te signaleren, maar ook om contact te leggen en voor positieve, stimulerende interactie.

En de fysieke leefomgeving maakte deel uit van het omdenken van de zorgen: meer en betere ontmoetingsplekken. Plekken die veilig, laagdrempelig en aantrekkelijk zijn, en waar jongeren zich welkom voelen zonder direct beoordeeld te worden. De boodschap uit de inleiding was ook hierin goed gehoord: de plekken zijn alleen effectief als ze samen met jongeren worden ontwikkeld en niet alleen voor hen.

 

Afsluitend

Het derde Sociaal Atelier liet zien dat de belevingswereld van jongeren niet los kan worden gezien van de sociale, digitale en fysieke omgeving waarin zij opgroeien. Ontmoeting, online interactie en fysieke ruimte grijpen in elkaar en vragen om integrale benaderingen. Er is niet alleen behoefte aan meer analyse, maar juist ook aan handelingsperspectief. De nieuwe ideeën – van jeugdburgemeester tot lokjongere en van online jongerenwerkers tot co-creatie van plekken – laten zien dat er veel energie en eigenaarschap is om jongeren te ondersteunen. De verbinding van deze inzichten en de inbedding ervan in een samenhangende aanpak zou een logisch vervolg zijn. Zodat onze jongeren niet alleen worden gezien, maar ook actief worden betrokken bij de stad waarin zij leven.