
Column
Iedere maand komt er een wijkmaker aan het woord over actuele thematiek die volgens hen de aandacht verdient. Hoe kunnen we ons inzetten voor dit thema en waarom is dit belangrijk?De stad als technologie
Marian Counihan, Assistent Professor Filosofie aan de Rijksuniversiteit GroningenIn het tijdperk van âsmart citiesâ is er veel te doen over de rol van technologie in de stad: afvalbakken die zelf aangeven dat ze vol zijn, zelfregulerende stroomnetwerken, sensor gedreven stoplichten. Maar nadenken over de stad in zulke termen mist de diepere, oudere lagen. In feite is de stad zelf al een technologie, wellicht de meest fundamentele, complexe en verrijkende technologie van ze allemaal.
Technologie is alles waar menselijke kennis op een systematische manier ingezet wordt om de wereld naar onze hand te zetten, dat wil zeggen, voor onze doeleinden. Het verlengt de grenzen van onze percepties en vergroot onze handelingsmogelijkheden. Maar hoe verhouden we ons tot deze stad-als-technologie? En hoe vormt (en medieert) het onze relatie tot de wereld?
Filosoof Don Ihde onderscheidde vier soorten relaties âmens-technologie-wereldâ. De eerste is dat de technologie onderdeel wordt van onszelf; de relatie is belichaamd. (Ihde gebruikt de term: âembodiedâ). Neem als voorbeeld autorijden. Bij je eerste rijles vraag je je af, hoe je ooit dat metalen monster gaat beheren? Het voelt totaal onnatuurlijk. Maar als je eenmaal ervaren bent, dan wordt de auto comfortabel en vertrouwd; als een soort verlengstuk van je eigen lichaam. Tot een bepaald niveau kan je je thuisomgeving, en wellicht je eigen buurt, ook op deze manier ervaren.
De tweede mens-technologie-wereldrelatie die Ihde onderscheidt, veronderstelt interpretatie (Ihde gebruikt de term: âhermeneuticâ). De wereld wordt op een bepaalde manier aan ons weergegeven door de technologie en pas door die weergave te interpreteren, begrijpen we haar. De stad hangt vol met symbolen en tekens die de wereld op een specifieke manier weergeven, en die we moeten interpreteren om ze te begrijpen. Denk aan de wegen met hun bewegwijzering en de vertrekborden in het treinstation. En zijn de etalages van modewinkels niet ook zoân weergave - een afspiegeling van de sociale wereld die we eerst moeten âlezenâ om er iets van te snappen?
Als derde noemt Ihde de technologie als een ander met wie we direct omgaan, een autonome entiteit waarmee je interacteert (Ihde gebruikt de term: âalterityâ relation). In de stad zijn parkeerautomaten, kaartautomaten, en chatbots voorbeelden: we overleggen ermee, ze 'antwoorden', en soms lijken ze eigenzinnig. Hetzelfde geldt voor de knuffel van een kind: het kind schrijft de knuffel een eigen bestaan toe, verzorgt hem, en praat ertegenaan. Als je ermee bezig bent, dan verdwijnt de rest van de wereld even op de achtergrond. Zelfs een stoplicht kan dan als een autonome ander gezien worden - als je op groen aan het wachten bent.
De vierde relatie is echter de meest relevante voor het begrijpen van de stad-als-technologie. Deze relatie beschrijft de technologie als achtergrond: aanwezig, maar meestal volkomen onzichtbaar. Wifi-netwerken zijn een sprekend voorbeeld, maar ook verwarmingsinstallaties en verlichting (alle infrastructuren in feite) functioneren zo: we merken ze pas als ze het niet doen. Toch zijn deze technologieĂŤn onmisbaar in hoe we leven; ze stellen de voorwaarden waarbinnen we kunnen opereren. In dit opzicht is de stad een achtergrond technologie pur sang. Hoe de stad gebouwd is, de normen en praktijken van het stadsleven: ze geven de kaders aan waarbinnen we opereren.

Met deze lens op de stad wordt het ook duidelijk waarom stadsplanning en stedenbouw zo belangrijk zijn voor hoe we leven. Technologie is nooit waardevrij; de stad is dat net zo min. Politicoloog Langdon Winner wees ons er al in 1980 op dat technologie altijd politieke waarden bevat, bewust of onbewust. Bewuste keuzes kunnen bepaalde groepen uitsluiten. Winner geeft het voorbeeld van New Yorks machtige stedenbouwkundige Robert Moses, die de bruggen naar de stranden van Long Island expres laag liet bouwen, zodat bussen er niet onder konden rijden. Wie rijden er in bussen? Mensen uit lagere socio-economische klassen, ook vaker mensen van kleur. Die konden mooi niet naar het strand met de bus.
Wanneer we de stad verder bouwen, bouwen we dus verder aan onze eigen politieke keuzes. Elke keuze bevestigt of ondermijnt bepaalde waarden. Bij elke keuze kunnen we ons afvragen: wiens leven maken we hierdoor makkelijker, welke vormen van leven promoten wij, wie krijgt meer macht als we het zo doen? De stad-als-technologie laat ons zien hoe de stad ons vormt, en waarom het dus essentieel is om aandacht te besteden aan hoe de stad zelf wordt gemaakt.
Benieuwd naar meer? Kom dan naar ons sessie over de Waardevolle Stad op Letâs Gro. Op de publiekstribune wordt een imaginaire routekaart gepresenteerd. Daarna filosoferen we door in het Concerthuis.
Vrijdag 6 november
16:00-16:30 Publiekstribune Forum
16:45-17:30 We filosoferen door in het Concerthuis
1. Zie Ihde, D. (1990). Technology and the lifeworld: From garden to earth (No. 560). Indiana University Press.
2. In zijn artikel âDo artifacts have politics?â, 1980 in Daedalus, volume 109.


